De Omgevingswet

Met de Omgevingswet wil de overheid het wettelijk systeem eenvoudiger, sneller en daardoor ook goedkoper maken. 

De wet verwerkt zo’n 26 wetten op het gebied van de fysieke leefomgeving tot één wet. Minder regels en meer ruimte voor initiatieven. Dat is het uitgangspunt. Hiervoor moet er meer samenhang komen in beleid, besluitvorming en regelgeving.

Onder de wet vallen onderwerpen als: bouwen, milieu, waterbeheer, ruimtelijke ordening, monumentenzorg, gezondheid, verkeer en natuur.

Iedere gemeente bepaalt zelf het (bestuurlijk) ambitieniveau en geeft daarmee aan in hoeverre inwoners en ondernemers betrokken worden bij de veranderingen (participatie).

Met de komst van de Omgevingswet verandert de rol van de overheid. Deze moet zich actief en flexibel opstellen en de besluitvorming moet sneller en beter. De rol van de gemeente gaat steeds meer van regisseur naar facilitator. En de rol van de ambtenaren verandert hierin mee. 

De Omgevingswet wordt gezien als een van de grootste stelselwijzigingen sinds de komst van de Grondwet. De Omgevingswet zou op 1 januari 2021 ingaan, maar dit bleek niet haalbaar. De grote opgave, maar ook het coronavirus, worden als redenen voor de vertraging genoemd. De nieuwe datum waarop de Omgevingswet ingaat is één jaar later, op 1 januari 2022. De extra tijd zorgt er in ieder geval voor dat er een langere periode geoefend kan worden met de Omgevingswet-instrumenten. Zo zijn we straks nog beter voorbereid.