Wet geurhinder en veehouderij
De Wet geurhinder en veehouderij vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de omgevingsvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning).
De Wet geurhinder en veehouderij geeft twee methoden voor de beoordeling van de geur van een veehouderij:
- Als de geuremissie van een dier bekend is, wordt met een verspreidingsmodel de geurbelasting op een geurgevoelig object berekend.
- Als de geuremissie van een dier niet bekend is, stelt de wet minimumafstanden tussen de veehouderij en een geurgevoelig object.
De Wet geurhinder en veehouderij biedt gemeenten de mogelijkheid om via een geurverordening, afwijkende geurnormen te hanteren. Ook bestaat de mogelijkheid om de vaste afstanden te verkleinen. Hierdoor kunnen gemeenten de wet- en regelgeving op het gebied van geurhinder en veehouderij, afstemmen op hun ruimtelijke ordeningsbeleid.
De gemeenteraad van Geertruidenberg heeft in december 2010 de “verordening geur en veehouderij gemeente Geertruidenberg” en de “gebiedsvisie Wet geurhinder en veehouderij” vastgesteld.





